Jona 4 - EEN ONEERLIJKE GOD?

Inleiding

dia 1 - Grieks

Soms gaan dingen verschrikkelijk oneerlijk.

Ik was net 18, eerstejaars student theologie,

en vol goede moed aan mijn studie begonnen.

Maar al snel zakte de moed mij in de schoenen – toen ik colleges Grieks kreeg,

de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven.

Onder studenten had Grieks geen beste reputatie: een echt struikelblok.

Menig student bewaarde Grieks om zijn studie mee af te sluiten.

Dat mocht in die tijd nog: eerstejaars vakken bewaren tot het eind van je studie…

Had je je tentamens Grieks gehaald,

dan kwam je er niet vanaf zonder een rondje te geven op soos.

 

Zo ver was ik nog lang niet.

Daarvoor moest ik eerst bijna alle hoofdstukken

van het bijbelboek Handelingen vertalen.

Met een vriend die in hetzelfde schuitje zat

sprak ik elke week een ochtend af om samen te vertalen.

Het waren heerlijke ochtenden, maar niet productief.

We probeerden het wel, maar liepen al snel vast:

‘snap jij hier wat van?’

‘Nee – ken je dat filmpje van Herman Finkers trouwens al?’

De rest van de ochtend waren we op YouTube te vinden…

 

Eigenlijk was er maar 1 manier om het tentamen te halen:

keer op keer  het boek Handelingen doorlezen in een oude bijbelvertaling,

tot de zinnen zich vanzelf gingen vastzetten in je hoofd.

Zonder resultaat: ik kreeg een 5,4 –

en voor het eerst én het laatst in mijn carrière als student, moest ik een herkansing maken.

Nu lukte het wel, met de hakken over de sloot: een 5,7.

 

dia 2 - woordenboek

Drie jaar later begon Hanneke aan haar eerste jaar theologie.

Grieks werd inmiddels door  een andere docent gegeven,

die heel andere opvattingen had over het leren van Grieks.

Al die hoofdstukken Handelingen werden vervangen

door een veel kleinere selectie.

Bovendien mocht Hanneke een woordenboek bij het tentamen gebruiken.

Een woordenboek!

Ik had er zo hard voor gewerkt, maar Hanneke kreeg het gewoon cadeau.

Zo verschrikkelijk oneerlijk!

Hannekes docent was – in mijn ogen – veel te gemakkelijk, veel te genadig.

Wie heeft dat ook wel eens:

dat je vindt dat anderen ergens veel te makkelijk mee weg komen?

 

dia 3 – een oneerlijke God? / Jona 4

Daarmee komen we bij Jona: hij vindt dat ook.

De mensen uit Ninevé komen volgens hem veel te makkelijk weg.

Laten we luisteren naar het slot van het verhaal van Jona: Jona 4.

 

Dit laatste hoofdstuk van Jona gaat over de vraag: wie is  God eigenlijk?

Is God een softe, een oneerlijke God?

Ik stel dat nu als vraag, maar voor Jona is het helemaal geen vraag:

God is verschrikkelijk oneerlijk!

Maar God daagt Jona en ons uit te genieten van zijn goedheid.

 

1.    Altijd maar genade…

dia 4 – wat vooraf ging: ongewild succes

Vandaag de laatste keer Jona.

Afgelopen weken trokken we met hem mee naar Ninevé.

Het was een weg vol omwegen, want Jona wil niet naar Ninevé.

Als Jona van God op pad moet, is zijn eerste reactie: ‘wegwezen!’

Jona deserteert en gaat met een schip de andere kant op,

maar God laat hem niet gaan.

Jona moet zijn reis vervolgen per vis…

In de vis leert Jona een lesje genade.

Weer aan land krijgt Jona zijn herkansing: ‘ga naar Ninevé.’

Jona gaat, maar niet van harte.

Hij doet zijn uiterste best zijn eigen boodschap om zeep te helpen.

Het mag niet baten:

op Jona’s waardeloze preek ontstaat in Ninevé een massale opwekking.

Tegen wil en dank is  Jona de succesvolste profeet ooit.

 

dia 5 – genade is niet eerlijk

Je voelt hem al aankomen: daar is Jona niet  blij mee – zacht uitgedrkt.

Jona is pissed of.

Hij heeft het helemaal gehad met God.

Altijd maar weer die genade…

God moet eens wat daadkracht laten zien, in plaats van dat softe gedoe!

Het is gewoon niet eerlijk – genade is niet eerlijk – God is niet eerlijk!

 

Gek eigenlijk: Jona knapt af op genade.

Maar genade is toch het mooiste van het christelijk geloof?

Ik kan snappen dat mensen afhaken bij een God die boos is

en mensen naar de hel stuurt.

Maar hoe kun je nou afknappen op genade?

Nou, heel simpel, omdat genade oneerlijk is.

Dat is niet maar een vreemde gedachtekronkel van Jona:

genade ís niet eerlijk, genade ís onrechtvaardig.

Jona heeft gelijk en staat in zijn recht!

 

dia 6 - Assyriërs

Stel je eens even voor:

jij bent een gewone Israëliet in de tijd van Jona.

De Assyriërs zijn jouw grote vijand.

En wat is de hoofdstad van Assyrië? Precies: Ninevé.

Je haat dus niemand zo veel als de Ninevieten.

Daar heb je  ook een goede reden voor: de Assyriërs dreigen Israël over te nemen.

Dan is het afgelopen met Israël.

Bovendien doen Assyriërs niet aan vreedzame innames.

Nee: steden worden afgebrand, mannen afgevoerd en vrouwen verkracht.

 

De Israëlieten trekken zich op aan profeten als Nahum.

Deze Nahum heeft een klein bijbelboekje op zijn naam staan.

Het is één grote aanklacht tegen Ninevé,

en Gods belofte dat hij recht zal doen.

Dat houdt de Israëlieten op de been.

Dat houdt Jona op de been.

Eens ontvangen de Ninevieten hun verdiende loon.

 

dia 7 – (afbeelding weg)

Je kunt je voorstellen dat het voor Jona onverteerbaar is

dat de Ninevieten nu hun straf ontlopen.

Jona hoopt dat God de Ninevieten er eens ongenadig van langs geeft.

Maar Jona weet ook: ‘ongenadig’ en ‘God’ –

dat zijn twee woorden die niet in 1 zin passen.

God ís genadig – dat is de aard van het beestje.

 

Dan komt de aap uit de mouw.

Jona was hier al bang voor – vanaf het begin.

Gód is genadig: daarom deserteerde Jona.

Gód is genadig: daarom probeerde Jona de boodschap te saboteren.

Zonder resultaat: God blijft genadig…

Jona kan het niet langer verdragen, en alles komt eruit.

‘Ik wist het wel, God!

U, met die genade van u.

Wees toch eens een man en houdt op met dat softe gedoe.

Daar gaan we weer: genade, liefde, geduld, trouw, vergeving –

ik kan dat riedeltje niet meer horen – ik moet ervan kotsen!

Ik ben er helemaal klaar mee – ik walg van u, God.

Nu bent u echt te ver gegaan.

Maak mij maar dood, zo wil ik niet langer leven.’

 

dia 8 - licht

Het is niet zomaar een riedeltje: genade, liefde, geduld, trouw, vergeving.

Het zijn de woorden waarmee God  zichzelf bekend heeft gemaakt.

Je komt deze woorden voor het eerst tegen in Exodus 34.

God stelt zich daar aan Mozes voor met deze woorden:

‘De Heer, de Heer! Een God die liefdevol is en genadig,

geduldig, trouw en waarachtig,

die duizenden geslachten zijn liefde bewijst,

die schuld, misdaad en zonde vergeeft.’

Dit is  het hoogtepunt van het hele Oude Testament:

God geeft ons hier een blik op zijn ziel!

In het vervolg van het Oude Testament komen deze woorden dan ook vaak terug.

In de Psalmen wordt God erom geprezen.

Bijvoorbeeld Psalm 103: ‘liefdevol en genadig is de Heer!’

Maar Jona werpt God  uitgerekend deze woorden voor de voeten.

Hij spreekt ze vol minachting uit:

‘liefdevol en genadig, blablabla – rot toch een eind op!’

Want wat moet je met een God die je grootste vijand vergeeft?

 

Jona heeft gelijk: genade is verschrikkelijk onrechtvaardig.

Genade heeft helemaal niets met rechtvaardigheid te maken.

Rechtvaardigheid is dat je krijgt waar je recht op hebt.

In mijn geval: een 5,8 voor Grieks.

Genade is dat je krijgt waar je niets voor hebt gedaan.

Hanneke kreeg dat tentamen zo ongeveer cadeau…

 

dia 9 – Lili en Howick

Wij verwarren genade en rechtvaardigheid nog wel eens.

Misschien heb je wat meegekregen van de discussie  over Armeense asielzoekers.

Twee Armeense kinderen, Lili en Howick, moesten het land uit.

Daar werd massaal tegen geprotesteerd, Nederland vond het  onrechtvaardig,

en uiteindelijk mochten ze blijven.

Dat ging niet om genade, maar om rechtvaardigheid.

Genade is dat die asielzoekers mogen blijven

waarvan we vinden dat ze hier niets te zoeken hebben

en dat het volkomen terecht zou zijn hen uit te zetten.

Genade is niet eerlijk.

 

dia 10 – ‘er zijn grenzen…’

Nu gaat Jona natuurlijk wel heel ver.

Ik ken niemand die zo brutaal is tegen God als hij.

Maar dat er grenzen moeten zijn aan genade: daar kan ik wel inkomen.

Het moet wel eerlijk blijven!

Als jij al jaren op een wachtlijst staat voor een huurwoning,

en de een na de ander voorrang op jou krijgt,

dan kan ik me voorstellen dat je het even gehad hebt met genade.

En allemaal mooi en aardig dat God mensen vergeeft,

maar als je ziet hoe makkelijk sommigen zich er vervolgens van af maken…

 

2.    God heeft hart voor mensen

dia 11 – God heeft hart voor mensen

Ik snap Jona wel.

Jona snakt naar gerechtigheid –

en dan komt God weer met zijn genáde aanzetten…

Maar God geeft niet toe: hij heeft hart voor mensen.

 

dia 12 – een lesje liefde

Dat wil God Jona laten zien.

Dat is ook wel weer mooi:

God negeert hoe hondsbrutaal Jona geweest is,

en probeert Jona uit te leggen waarom hij Ninevé spaart.

God laat zich dus  ter verantwoording roepen!

Niet dat Jona het weten wil – hij is er helemaal klaar mee.

God weet ook wel dat met Jona niet te praten valt.

Daarom verpakt hij zijn verantwoording in die wonderboom.

Het is een lesje liefde.

Eerder, in de vis, leerde Jona een lesje genade.

Nu leert Jona een lesje liefde.

 

Jona zit op een heuvel met uitzicht over Ninevé.

Tegen beter weten in hoopt hij dat God zich nog bedenkt.

Wat zou Jona graag willen zien hoe Ninevé afbrandt.

Over branden gesproken:

Jona zit ook lekker te verbranden in de zon.

Als er opeens een boom is die voor schaduw zorgt,

is Jona er dan ook erg mee in zijn nopjes.

Even is Jona vergeten dat boos is.

Ook al is de boom maar een dag in Jona’s leven,

Jona raakt zeer op de boom gesteld.

Ja, als je van bomen zou kunnen houden,

had Jona deze boom zijn liefde verklaard.

 

De volgende dag is de boom weg en Jona woest.

Nu heeft God Jona waar hij hem hebben wil.

Nu kan God eindelijk met Jona praten.

‘Jona, jij bent van die boom gaan houden.

Mag ik dan van de mensen in Ninevé houden?

Die boom is jou maar komen aanwaaien, je hebt er niets voor gedaan.

Maar Ninevé is mij niet komen aanwaaien.

Probeer eens met mijn ogen te kijken, Jona.

Ik houd van Ninevieten, want het zijn mensen, door mij gemaakt.

Ik ken ze allemaal, 1 voor 1.’

 

dia 13 – ook Jona’s moeten veranderen

God nodigt Jona uit: ‘zet je boosheid toch opzij

en zie dat achter die beruchte Assyriërs

ook gewoon mensen zitten, net als jij.’

Want niet alleen Ninevieten, niet alleen slechte mensen, moeten veranderen.

Dat is in het verhaal van Jona al gebeurd: de massale bekering van Ninevé.

Ook goede mensen, de Jona’s van deze wereld, moeten veranderen.

 

Want Jona is trots:

hij voelt zichzelf beter dan zondaars.

Jona is verbitterd en cynisch:

hij vertrouwt niets of niemand meer, alleen nog zichzelf.

Jona zwelgt in zijn slachtofferrol.

Natuurlijk, Jona en zijn volksgenoten zíjn slachtoffer.

Maar Jona koestert het:

zijn haat voor Ninevé wordt een levensdoel,

het is de brandstof van zijn leven.

 

dia 14 – Big Mouth

Hij doet mij denken aan mr. Big Mouth

uit de tv-documentaireserie ‘onze man in Teheran’.

In die serie wil correspondent Thomas Erdbrink

iets laten zien van het gewone leven in Iran.

Maar hij ontmoet ook mr. Big Mouth.

Elke vrijdag staat hij in de moskee te schreeuwen:

‘dood aan Amerika, dood aan Amerika!’

Erdbrink bezoekt hem thuis,

de man blijkt in zijn dagelijks leven best vriendelijk te zijn,

maar de haat voor Amerika drijft hem.

Zo is Jona ook geworden.

 

dia 15 – (afbeelding weg)

Jona weet alles van principes, maar niets van liefde.

Jona is zo iemand die allerlei redenen weet aan te dragen

waarom God wel van hem moet houden.

Hij vindt dat hij Gods liefde verdiend heeft.

Maar zo werkt het niet: liefde verdien je niet.

De Ninevieten verdienen geen liefde, maar Jona net zo goed niet!

Over Gods liefde kun je je alleen maar verwonderen!

 

dia 16 – liefde is niet ‘lekker makkelijk’ (spijker)

En denk niet dat die liefde ‘lekker makkelijk’ is.

Dat God niet voor zijn principes durft te staan.

God kiest juist consequent voor liefde – ook als het pijn doet.

Het kost God alles om van Ninevé te houden.

Het kost God alles om van Jona te houden.

Het kost God alles om van jou te houden.

Romeinen 5 vers 8:

‘Christus is voor ons gestorven toen we nog leefden als slechte mensen.

Dat is het bewijs dat God van ons houdt.’

God wil mensen niet straffen – dan straft hij nog liever zichzelf!

Want God heeft hart voor mensen.

 

3.    Heb jij hart voor mensen?

dia 17 – heb jij hart voor mensen?

De vraag aan het einde van het boek Jona is: heeft Jona dat ook?

En heb jij dat: hart voor mensen?

Want Jona 4 eindigt met een open eind.

Liever dan te vertellen hoe Jona reageerde

daagt de bijbel je uit zelf te reageren!

God heeft hart voor mensen.

Kun je leven met zo’n God?

Kun jij leven met oneerlijke genade?

Dat kan alleen als jij, net als God, hart voor mensen hebt.

 

dia 18 – moeilijk…

Dat valt niet mee.

Natuurlijk, er zijn mensen van wie je heel makkelijk kunt houden.

Voor mij is het bijvoorbeeld geen opgave om van Hanneke te houden,

ook al heeft ze haar Grieks veel te makkelijk gehaald.

Jezus zegt in Matteüs 5: ‘is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft?’

Hij zet er iets veel moeilijkers tegenover: ‘heb je vijanden lief.’

Nu vind ik het altijd moeilijk vijanden te bedenken,

maar om nu te zeggen dat ik hart voor mensen heb...

Ik erger me aan de een, ben bang voor de ander,

en over de derde heb ik mijn oordeel klaar.

 

dia 19 – maar mogelijk! (eten)

Toch kun je groeien in hart hebben voor mensen.

Heel simpel: door naar mensen te luisteren.

Jezus was daar kampioen in: gewoon luisteren,

proberen de ander te begrijpen.

Nu is ook dat nog best ingewikkeld:

ik begrijp mijzelf niet eens, laat staan dat ik anderen begrijp,

maar ik merk wel dat als ik tijd neem om iemands verhaal te horen,

dat mijn ergernissen, angsten en oordelen kleiner worden,

en mijn hart groter!

Een goede manier om ongedwongen met mensen in gesprek te komen,

ook dat heb ik van Jezus geleerd: ga met ze eten!

Nodig eens iemand uit om te komen eten,

iemand die heel anders is dan jij.

 

dia 20 – genade is genieten!

Dan gebeuren mooie dingen.

Dan mag jij iets van Gods hart laten zien.

Maar ik hoop dat ook iets anders gebeurt:

dat je God niet langer oneerlijk vindt,

maar dat je om jezelf kunt lachen

en kunt genieten van Gods liefde voor rare snuiters.

Amen.